De vernieuwde rijopleiding

 

Vermits ons land al lang heel slecht scoort in de ongevalstatistieken heeft de Vlaamse regering in  2017 beslist om actie te ondernemen. Vooral bij de jonge verkeersdoden (bestuurders tussen 18 – 24 jaar) maken we een slechte beurt. Via heel wat maatregelen, zoals aanpassingen aan infrastructuur, meer trajectcontroles, en dus ook een hervormde rijopleiding, hoopt men het tij te keren. Sinds 1 juni 2017 zijn een aantal veranderingen aan de rijopleiding in gang gezet. De laatste daarvan, het terugkommoment voor de beginnende bestuurder, werd begin 2019 ingevoerd. 

Wat veranderde er nu concreet?

 

 

1. Theoretisch examen

Je moet 50 vragen beantwoorden, volgens een meerkeuze systeem (antwoord A, B of C aanduiden), en je moet 41 op 50 behalen. Wat veranderde is dat men rekening houdt met “zware” en “gewone” overtredingen. Zware overtredingen zijn overtredingen die te maken hebben met de maximum toegelaten snelheid, of overtredingen van de derde of vierde graad. Dit zijn ernstige overtredingen, zoals: bevelen van een bevoegd persoon niet opvolgen, verkeerslichten negeren, inhalen op gevaarlijke plaatsen, voorrangsfouten bij het afdraaien, voetgangers in gevaar brengen, straten inrijden waar je niet mag inrijden, een spooroverweg oprijden als dat niet toegelaten is, enz. Voor die zware overtredingen worden vijf strafpunten aangerekend, dus met 2 zware overtredingen heb je 40 op 50 en ben je dus niet geslaagd. Tot nader order worden er maximaal 5 dergelijke vragen per examen ingevoerd.

Mocht je dit te streng vinden, bedenk dan dat dit systeem ook vroeger bestond. Enkele jaren geleden werden de examens “gemakkelijker” gemaakt en men heeft nu dus beslist om terug te keren naar de vroegere situatie.

 

2. Praktijkexamen

Nieuwe manoeuvres

Bij rijschool Mercator gaan we ervan uit dat elke chauffeur de wagen perfect moet kunnen beheersen, ook bij het achteruit rijden en bij het uiterst traag rijden en manoeuvreren. Je moet ook inzicht hebben in de manier waarop de wagen zich positioneert tijdens het manoeuvre en je moet tegelijk bewust rond de wagen kunnen kijken en andere weggebruikers opmerken en hen voorrang geven. Iemand die bij onze rijschool een doorgedreven rijopleiding volgt krijgt sinds lang al deze vaardigheden aangeleerd en is dus goed voorbereid op de “nieuwe” manoeuvres.

Je moet 6 manoeuvres kunnen uitvoeren, door loting worden er daarvan 2 gekozen:

  • Keren in een smalle straat

Het manoeuvre zoals dat voordien dus al bestond. De examinator zal vragen rechtsomkeer te maken, in een straat met matig verkeer. Je mag kiezen waar (in die straat) je gaat keren en je mag het manoeuvre vooruit of achteruit starten. Je moet binnen de straatbreedte blijven; het voetpad mag je lichtjes raken met je band, maar je mag er zeker niet op rijden.

  • In rechte lijn achteruit rijden

De examinator zal je vragen achteruit te rijden, over een afstand van ongeveer 20 meter, in een rustige straat. De wagen moet in beweging blijven maar je mag je één keer opnieuw positioneren.

  • Tussen 2 voertuigen rechts parkeren, evenwijdig t.o.v. de weg

De examinator zal vragen om je wagen evenwijdig ten opzichte van de weg rechts te parkeren. Je gaat naast het voertuig staan waarachter je moet parkeren, om daarna achterwaarts te parkeren, in een continue S-beweging, tussen twee voertuigen.

  • Tussen 2 voertuigen links parkeren, evenwijdig t.o.v. de weg

Hetzelfde manoeuvre, maar dan links ten opzichte van de rijrichting. Dit manoeuvre wordt uitgevoerd in een éénrichtingsstraat.

  • Loodrecht t.o.v. de weg vooruit een parkeervak inrijden

De examinator zal je, op een openbare plaats of een publiek terrein, vragen om vooruit in een vak te parkeren. Vóór je aan het manoeuvre begint, heb je de vrije keuze wat de opstelling van het voertuig betreft, zolang de opstelling een voorwaarts of achterwaarts parkeer-manoeuvre mogelijk maakt. Het manoeuvre moet niet in één beweging uitgevoerd te worden.

  • Loodrecht t.o.v. de weg achteruit een parkeervak inrijden

Hetzelfde manoeuvre, maar het parkeervak wordt dan achteruit ingereden.

 

Zelfstandig rijden

Op het examen geeft de examinator aan waar je moet afslaan, behalve wanneer er omwille van de verkeersregels (bv. bij een verbodsbord of een verplichte rijrichting) maar één mogelijheid is. Maar in de meeste gevallen zal je opdrachten krijgen als: “We gaan aan de verkeerslichten linksaf” of “Aan het volgende kruispunt gaan we naar rechts”… Sinds 1 juni 2017 moet je een deel van de examenrit zelfstandig uitvoeren, dit betekent dat de examinator je een bestemming zal geven en dan verder géén aanwijzingen meer. Jij mag dan kiezen of je de instructies van een GPS of de richting van verkeersborden zal volgen. Kies je voor GPS, dan geeft de examinator je een bestemming op. Kies je voor de aanwijzingsborden, dan zou een mogelijke opdracht bv. kunnen zijn: “We volgen nu richting Tienen”.

 

Risico-perceptie test

Het praktijkexamen werd uitgebreid met een computertest, die afgelegd wordt vóór de proef op de openbare weg. De test gaat na of je de verschillende potentiële gevaren op de weg tijdig kan herkennen. Het gaat in deze test niet om je reactietijd, of je kennis van de wegcode.

De risicoperceptietest bestaat uit kortfilms, opgenomen in het dagelijks verkeer, vanuit een bestuurdersperspectief met zicht op de snelheidsmeter, de richtingaanwijzers, de achteruitkijkspiegels. De aanwezigheid van die elementen in het gezichtsveld verplichten je om de aandacht te verdelen, gericht te kijken en de mogelijke risico's in te schatten betreffende de andere weggebruikers.

Op het einde van de filmpjes krijg je een vraag met 4 antwoordmogelijkheden waarbij meerdere (minimum 1, maximum 3) goede antwoorden mogelijk zijn. Je start met 2 oefenfilms en legt aansluitend de test af bestaande uit 5 kortfilms. Vanaf een score van 6/10 ben je geslaagd: Voor een correct antwoord heb je +1; voor een fout antwoord -1; voor een correct antwoord dat niet aangevinkt wordt 0. Momenteel zijn twee voorbeeldfimpjes beschikbaar: voorbeeldfilmpje 1 - voorbeeldfilmpje 2.

 

3. Stageperiode

De vernieuwingen betreffende de stageperiode werden door een arrest van de Raad van State op 12 maart 2020 terug ongedaan gemaakt.

  • De minimum stageperiode (dus de tijd dat je moet oefenen vooraleer je het praktische examen mag afleggen) was verlengd tot 9 maanden (voor elk voorlopig rijbewijs). Dit is dus teruggebracht naar 3 maanden.

  • Begeleiders (voor het voorlopig rijbewijs van 36 maanden) moesten een vormingsmoment van 3 uur volgen. Oook deze opleiding is nu dus niet langer verplicht.

 

4. Terugkommoment

Nieuwe chauffeurs moeten tussen de 6 en de 9 maanden na het behalen van het (definitieve) rijbewijs een 4 uur durende sessie volgen, die bestaat uit een groepsgesprek en een praktijkgedeelte op een afgesloten terrein. Ook het terugkommoment moet enkel gevolgd worden door iedereen die nà 1 oktober 2017 een voorlopig rijbewijs heeft aangevraagd op het gemeentehuis. Meer informatie over het terugkommoment vind je hier.

Op deze pagina blijven we jullie op de hoogte houden van de nieuwe procedures.